Mijn Gregoriaans

Sinds het einde van mijn middelbare school ben ik geboeid geweest door de schoonheid van het Gregoriaans. Nadat ik het jarenlang had gezongen, moest ik het, vanwege verhuizing, opzeggen. Omdat het toch bleef trekken, ben ik het op een gegeven moment gaan uitproberen op mijn viool. Na lang aarzelen ben ik het ook zelf gaan zingen terwijl ik mezelf begeleid op de altviool met lange tonen en kleine , geïmproviseerde tussenstukjes. Dit durfde ik te doen omdat het gebruik van lange bourdontonen gebruik was in de oudste christelijke kerk.

Dit soort muziek roept associaties op met verre en oude oosterse muziek, maar ook met muziek uit de latere middeleeuwen, zoals we die bijvoorbeeld kennen van Hildegard von Bingen. Qua stijl en sfeer zit het ook erg dicht bij soefimuziek of hindoemuziek: Meditatief, verstillend, het zet aan tot gebed.. De expressiviteit zit helemaal in de dynamiek van de melodie en de eventuele eenvoudige tweeklanken. Deze eenvoud, die vraagt om een absoluut gave melodie, zorgt voor uiterste concentratie. Net zo goed van de luisteraar. Je kunt je niet verliezen in de veelheid van stemmen. Het is pure melodie en klank. Vooral ook de klank van de ruimte: de akoestiek. Daarom is het heerlijk als deze muziek klinkt in ruimtes met een ruime, een beetje galmende akoestiek.